Übersetzung von „Einmal-“ aus dem Deutsch ins Niederländisch

gelegenheid ist die Übersetzung von „Einmal-” aus dem Deutsch ins Niederländisch.

Einmal-
+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • gelegenheid

    noun feminine

    Einmal kamen Soldaten in eine Grundschule, wo Lehrer und Schulberater gerade ein Seminar abhielten.

    Bij een bepaalde gelegenheid kwamen soldaten een lagere school binnen waar leraren en adviseurs een seminar hielden.

  • Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen

Automatische Übersetzungen von " Einmal- " in Niederländisch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Ausdrücke ähnlich wie "Einmal-“ mit Übersetzungen in Niederländisch

  • achter elkaar · eensklaps · in één keer · ineens · opeens · plots · plotseling · tegelijk · tegelijkertijd
  • bij wijze van uitzondering eens
  • eens te meer
  • wel eens
  • een keer · eenmaal · eens · ooit · op een keer · ten eerste · vooreerst · vroeger · wel eens · weleens · zodra · één keer · éénkeer
  • eens te meer · wederom
  • alweer · andermaal · bis · nog eens · nogmaals · opnieuw · powtórnie · weder · wederom · weer
  • er was eens · once upon a time
Hinzufügen

Übersetzungen von „Einmal-“ im Niederländisch im Kontext, Beispielsätzen und Translation Memory