Übersetzung von „Faden“ aus dem Deutsch ins Niederländisch

draad, garen, vadem sind die besten Übersetzungen von „Faden” aus dem Deutsch ins Niederländisch.

Faden noun masculine Grammatik

etwa 1,8 Meter

+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • draad

    noun masculine

    Een lange, dunne en flexibele vorm van materiaal, meestal met een ronde doorsnede, gebruikt bij het naaien, weven of in de vervaardiging van lint.

    Sein Leben hängt nur an einem einzigen Faden.

    Zijn leven hangt maar aan een enkel draadje.

  • garen

    noun neuter

    Een lange, dunne en flexibele vorm van materiaal, meestal met een ronde doorsnede, gebruikt bij het naaien, weven of in de vervaardiging van lint.

    Ich habe einen Faden seines grauen Anzugs in meinem Haus gefunden.

    Ik vond garen van zijn pak bij me thuis.

  • vadem

    noun

    Een lineaire meeteenheid, gelijk aan 6 voet, voor de waterdiepte.

    Ein Faden wird gewöhnlich mit 4 Ellen oder 1,80 Metern angegeben.

    Een vadem wordt over het algemeen op vier el gehouden, of ca. 1,8 meter.

  • Weniger häufige Übersetzungen

    • hechtdraad
    • hechting
    • sliert
    • vaam
    • touwtje
  • Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen

Automatische Übersetzungen von " Faden " in Niederländisch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Übersetzungen mit alternativer Schreibweise

faden adjective
+ Hinzufügen

"faden" im Wörterbuch Deutsch - Niederländisch

Momentan haben wir keine Übersetzungen für faden im Wörterbuch, vielleicht kannst du eine hinzufügen? Überprüfen Sie unbedingt die automatische Übersetzung, das Translation Memory oder die indirekten Übersetzungen.

Bilder mit "Faden“

Ausdrücke ähnlich wie "Faden“ mit Übersetzungen in Niederländisch

  • fad
    afgezaagd · alledaags · banaal · flauw · gewoontjes · laf · nietszeggend · plat · saai · smaakloos · smakeloos · vervelend · zacht
  • de draad kwijtraken
  • Fad
    rage
  • de draad van een verhaal
  • draad · onderwerp · rode draad · topic
  • afgezaagd · alledaags · banaal · duf · flauw · gewoontjes · laf · nietszeggend · plat · saai · smaakloos · smakeloos · vervelend · vlak · zonder goede smaak · zouteloos
  • de draad kwijt zijn
  • Draad-Rus
Hinzufügen

Übersetzungen von „Faden“ im Niederländisch im Kontext, Beispielsätzen und Translation Memory