Übersetzung von „anfeuern“ aus dem Deutsch ins Niederländisch
aanwakkeren, prikkelen, opwinden sind die besten Übersetzungen von „anfeuern” aus dem Deutsch ins Niederländisch.
anfeuern
Verb
Grammatik
-
aanwakkeren
verbWir haben Fälle gesehen, in denen die aktuelle Wirtschaftskrise rassistische und fremdenfeindliche Intoleranz überall auf der Welt anfeuert.
We hebben gezien hoe door de huidige economische crisis racistische en xenofobe intolerantie in de hele wereld wordt aangewakkerd.
-
prikkelen
verb -
opwinden
verb
-
Weniger häufige Übersetzungen
- verhitten
- opjagen
- voortdrijven
- aandrijven
- drijven
- werken op
- aanvuren
- douwen
- aanduwen
- verlevendigen
- duwen
- aanmaken
- aanmoedigen
- aansporen
- aansteken
- opporren
- stoten
- aanzetten
- dringen
- narennen
- vertoornen
- achtervolgen
- najagen
- duw
- stoot
- vervolgen
- opzetten
- kwaad maken
- op stang jagen
- rechtop zetten
-
Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen
Automatische Übersetzungen von " anfeuern " in Niederländisch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Beispiel hinzufügen
Hinzufügen