Übersetzung von „angeschlossen“ aus dem Deutsch ins Niederländisch
aangesloten, geassocieerd, aangesloten (bij) sind die besten Übersetzungen von „angeschlossen” aus dem Deutsch ins Niederländisch.
angeschlossen
adjective
verb
Grammatik
angeschlossen (an)
-
aangesloten
adjectiveIch würde mich gerne eurer Gruppe anschließen.
Ik zou me graag bij jullie groep aansluiten.
-
geassocieerd
particleDie Abgeordneten des lehnen es ab, sich dem anzuschließen.
De afgevaardigden van het Front National weigeren zich hiermee te associëren.
-
aangesloten (bij)
Verenigd met of aangesloten ( bij een grotere groep enz.) als lid.
-
lid (van)
Verenigd met of aangesloten ( bij een grotere groep enz.) als lid.
-
Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen
Automatische Übersetzungen von " angeschlossen " in Niederländisch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Ausdrücke ähnlich wie "angeschlossen“ mit Übersetzungen in Niederländisch
-
ontmoeten · treffen
-
de aangesloten zenders
-
aannemen · affiliëren · lid maken van
-
aanbinden · aanbranden · aanhaken · aanknopen · aankoppelen · aansluiten · bepalen · berichten · bevestigen · bijvoegen · binden · fixeren · grenzen · installeren · mededelen · meedelen · meren · onderbinden · samenvoegen · toevoegen · tuigeren · vastbinden · vastleggen · vastmaken · vaststellen · verbinden · verenigen · volgen · voortzeggen
-
aansluitend · achteraf · achtereenvolgend · daarna · dan · hierop · in aansluiting daarop · toen · vervolgens · volgend · volgende
-
aansluiten · lid maken · lid worden · toetreden · verenigen · voegen · zich aansluiten · zich aansluiten bij
Beispiel hinzufügen
Hinzufügen