Übersetzung von „gefesselt“ aus dem Deutsch ins Niederländisch

gebonden ist die Übersetzung von „gefesselt” aus dem Deutsch ins Niederländisch.

gefesselt adjective Grammatik
+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • gebonden

    adjective particle

    Sie erschossen ihn und warfen ihn gefesselt in eine Scheune.

    Ze schoten hem neer, bonden hem vast, en gooiden hem in een schuur.

  • Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen

Automatische Übersetzungen von " gefesselt " in Niederländisch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Ausdrücke ähnlich wie "gefesselt“ mit Übersetzungen in Niederländisch

  • ¡Átame!
  • aan huis gebonden zijn
  • Bound
  • keten
  • boei · boeien · enkel · keten · koot
  • aangrijpend · avontuurlijk · belangwekkend · bloedstollend · boeiend · enerverend · fascinerend · fasinerend · intrigerend · meeslepend · pakkend · spannend
  • absorberen · accapareren · beslag leggen op · bezig houden · bezighouden · binden · boeien · fascineren · in beslag nemen · intrigeren · ketenen · kluisteren · knevelen · opkopen · opslorpen · opslurpen · pakken · resorberen · slurpen · vastketenen · vastkluisteren · vastleggen · vastsmeden · verdiepen · zich meester maken van · zich toe-eigenen
Hinzufügen

Übersetzungen von „gefesselt“ im Niederländisch im Kontext, Beispielsätzen und Translation Memory