Übersetzung von „gelingen“ aus dem Deutsch ins Niederländisch
slagen, lukken, klaarspelen sind die besten Übersetzungen von „gelingen” aus dem Deutsch ins Niederländisch.
klappen (umgangssprachlich)
-
slagen
verbEs gelang Tom nicht, Eindruck bei der jungen Dame zu schinden.
Tom slaagde er niet in om indruk te maken op de jongedame.
-
lukken
verbtot een succes leiden
Ich habe Angst, dass es ihm nicht gelingt.
Ik ben bang dat het hem niet lukt.
-
klaarspelen
Ich bin überzeugt, dass uns das gelingen kann, dass uns das allen gemeinsam gelingen muss.
Ik ben ervan overtuigd dat wij dat allemaal tezamen kunnen en moeten klaarspelen.
-
Weniger häufige Übersetzungen
- gedijen
- floreren
- tieren
- bloeien
- bereiken
- doorkomen
- vooruitkomen
- welvaren
- slagen voor
- behalen
- terechtkomen
- gebeuren
- halen
- gelukken
- aankomen
- boeken
- voorkomen
- raken
- treffen
- arriveren
- geschieden
- aanbelanden
- voorvallen
- inslaan
- inhalen
- overkomen
- aanlanden
- teisteren
- aan de hand zijn
- reiken tot
- succes hebben
-
Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen
Automatische Übersetzungen von " gelingen " in Niederländisch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Übersetzungen mit alternativer Schreibweise
-
succes
noun neuterDer Erfolg der internationalen Zusammenarbeit hängt vom Gelingen oder Scheitern der politischen Maßnahmen ab.
Het succes van het beoogde beleid zal afhangen van de internationale samenwerking.
-
welslagen
neuterDas war ganz gewiss ein Fundament für das Gelingen des Projektes.
Dat is zonder twijfel een basisvoorwaarde geweest voor het welslagen van dit project.
-
resultaat
noun neuterDie technischen Merkmale, die ihn auszeichnen, beeinflussen unbedingt das Gelingen der klassischen „Pizza Napoletana“.
De technische eigenschappen die hem onderscheiden hebben rechtstreeks invloed op het resultaat van de klassieke „Pizza Napoletana”.
-
Weniger häufige Übersetzungen
- afloop
- gevolg
- eindresultaat
- consequentie
- uitkomst
- voortvloeisel
- uitvloeisel
- slagen
Ausdrücke ähnlich wie "gelingen“ mit Übersetzungen in Niederländisch
-
falen · mislukken
-
gelukt · geslaagd · leuk · origineel
-
openbaar worden
-
aan de hand zijn · aanbelanden · aankomen · aanlanden · arriveren · behalen · belanden · bereiken · doorkomen · een beroep doen · gebeuren · geraken · geschieden · halen · inhalen · inslaan · klaarspelen · komen · overkomen · raken · reiken tot · rijzen · slagen · slagen voor · teisteren · terechtkomen · treffen · voorkomen · voorvallen · zich richten
-
tot het besef komen
-
deze keer moet het lukken
-
dat zal niet lukken
-
slagen