Übersetzung von „getrennt“ aus dem Deutsch ins Niederländisch

gescheiden, afzonderlijk, afgezonderd sind die besten Übersetzungen von „getrennt” aus dem Deutsch ins Niederländisch.

getrennt adjective verb adverb Grammatik
+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • gescheiden

    adjective

    Papier, Pappe, Glas und Gartenabfall werden getrennt abgeholt.

    Papier, karton, glas en tuinafval worden gescheiden opgehaald.

  • afzonderlijk

    adverb

    Ich halte es daher für wichtig, die drei Programme in ihrer jetzigen Bezeichnung getrennt voneinander fortzuführen.

    Ik vind het belangrijk dat de drie programma's onder hun huidige benaming afzonderlijk worden voortgezet.

  • afgezonderd

    adjective

    Sie sollen dann in ihr Studientagebuch schreiben, wie sie sich von diesen Einflüssen trennen wollen.

    Laat ze in hun Schriftendagboek of aantekenschrift noteren hoe ze zich van deze invloeden gaan afzonderen.

  • Weniger häufige Übersetzungen

    • afgezonderde
    • apart
    • separaat
    • los
    • speciaal
    • vaneen
    • vrijstaand
    • bijzonder
    • hoofdzakelijk
    • inzonderheid
    • terzijde
    • voornamelijk
    • vooral
    • gescheiden van
    • geïsoleerd
    • in het bijzonder
    • verbroken
  • Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen

Automatische Übersetzungen von " getrennt " in Niederländisch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Ausdrücke ähnlich wie "getrennt“ mit Übersetzungen in Niederländisch

  • het kaf van het koren scheiden
  • gescheiden inzameling
  • scheiden · schiften · uit elkaar gaan · uiteengaan · zich verdelen
  • bestand met door komma's gescheiden waarden
  • ontkoppelen
  • gescheiden van tafel en bed
  • afbreken · afscheiden · afsluiten · afzetten · afzonderen · apart · delen · laten varen · loskoppelen · loslaten · losmaken · lossnijden · lostornen · losweken · niet-beschikbaar maken · onderbreken · ontkoppelen · ontwarren · opgeven · scheiden · schiften · selecteren · separeren · sorteren · splitsen · uit elkaar halen · uitschakelen · uitzetten · verbinding verbreken · verbreken · verdelen · verlaten · verwijderen · weggaan · zich scheiden
  • gescheiden levende persoon
Hinzufügen

Übersetzungen von „getrennt“ im Niederländisch im Kontext, Beispielsätzen und Translation Memory