Übersetzung von „Greifen“ aus dem Deutsch ins Niederländisch

grijp, grijpen, bemachtigen sind die besten Übersetzungen von „Greifen” aus dem Deutsch ins Niederländisch.

Greifen Noun noun Grammatik

mit der Hand

+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • grijp

    verb

    Eine Kältewelle griff Europa an.

    De koudegolf heeft Europa in zijn greep gehouden.

  • Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen

Automatische Übersetzungen von " Greifen " in Niederländisch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Übersetzungen mit alternativer Schreibweise

greifen verb Grammatik

greifen (lassen) [..]

+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • grijpen

    verb

    plotseling iets of iemand beetpakken

    Stütze den Bogen wie ein Berg und schieße, als würdest du nach dem Tigerschwanz greifen.

    Ondersteun de boog als een berg en schiet, alsof je de staart van de tijger wilt grijpen.

  • bemachtigen

    verb

    Er wollte nach einer Waffe greifen.

    Hij probeerde een wapen te bemachtigen.

  • pakken

    noun

    in de handen nemen

    Verhindern, dass er zur Schrotflinte greift, falls du zu spät kommst.

    Ik moest opletten dat ie z'n geweer niet zou pakken, als jij te laat kwam.

  • Weniger häufige Übersetzungen

    • aangrijpen
    • vastgrijpen
    • nemen
    • vastpakken
    • halen
    • vangen
    • vatten
    • beetpakken
    • graaien
    • teisteren
    • inslaan
    • effect sorteren
    • tasten
    • beetkrijgen
    • beetnemen
    • treffen
    • raken
    • krabben
    • waarnemen
    • merken
    • vernemen
    • bemerken
    • konfiskeren
    • confisqueren
    • gewaar worden
    • in beslag nemen
    • verbeurd verklaren
    • omklemmen
    • zijn toevlucht nemen

Bilder mit "Greifen“

Ausdrücke ähnlich wie "Greifen“ mit Übersetzungen in Niederländisch

  • begrip · gesp · gevest · greep · grijper · grip · haak · hals · handdruk · handgreep · handvat · heft · hendel · hengsel · inname · klauw · knip · knop · kram · kruk · omhelzing · oor · schakel · slag · slot · steel · vat · vingerzetting
  • diepgaand · grondig · ingrijpend
  • Griffen
  • behandelen · hanteren · omgaan · omgaan met
  • zijn greep verslappen
  • vlakbij
  • de wapens opnemen · naar de wapens grijpen
  • Deutsch-Griffen
Hinzufügen

Übersetzungen von „Greifen“ im Niederländisch im Kontext, Beispielsätzen und Translation Memory