Übersetzung von „griff“ aus dem Deutsch ins Niederländisch

behandelen, hanteren, omgaan sind die besten Übersetzungen von „griff” aus dem Deutsch ins Niederländisch.

griff verb
+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • behandelen

    verb

    In den heute abgegebenen Empfehlungen greift die Kommission einige der weiterhin bestehenden großen Herausforderungen auf.

    In de aanbevelingen van vandaag behandelt de Commissie een aantal belangrijke overblijvende uitdagingen.

  • hanteren

    verb

    Außerdem greifen manche Drittländer immer noch quasi routinemäßig auf Schutzmaßnahmen zurück.

    Bovendien blijven sommige derde landen bijna stelselmatig vrijwaringsmaatregelen hanteren.

  • omgaan

    verb

    Man bekommt Situationen, die einen früher geängstigt hätten, leichter in den Griff.

    En daar put je moed uit. Je leert beter omgaan met je angsten.

  • omgaan met

    Man bekommt Situationen, die einen früher geängstigt hätten, leichter in den Griff.

    En daar put je moed uit. Je leert beter omgaan met je angsten.

  • Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen

Automatische Übersetzungen von " griff " in Niederländisch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Übersetzungen mit alternativer Schreibweise

Griff noun masculine Grammatik

Heft (Messer) [..]

+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • handvat

    noun neuter

    Vorrichtungen zum Ergreifen, Halten oder Bedienen eines Gegenstandes

    Sollte die Toilettenspülung laufen, musst du einfach am Griff ruckeln.

    Rammel aan het handvat van het toilet als het blijft lopen.

  • heft

    noun neuter

    Und jetzt schau, wo sich der Griff der Klinge befindet.

    En kijk naar waar het heft van het mes is.

  • greep

    noun masculine

    Eine Kältewelle griff Europa an.

    De koudegolf heeft Europa in zijn greep gehouden.

  • Weniger häufige Übersetzungen

    • handgreep
    • grijper
    • oor
    • klauw
    • kruk
    • vingerzetting
    • knop
    • gevest
    • hals
    • hengsel
    • inname
    • slag
    • steel
    • vat
    • begrip
    • gesp
    • grip
    • haak
    • handdruk
    • hendel
    • knip
    • kram
    • omhelzing
    • schakel
    • slot

Bilder mit "griff“

Ausdrücke ähnlich wie "griff“ mit Übersetzungen in Niederländisch

  • diepgaand · grondig · ingrijpend
  • Griffen
  • aangrijpen · beetkrijgen · beetnemen · beetpakken · bemachtigen · bemerken · confisqueren · effect sorteren · gewaar worden · graaien · grijpen · halen · in beslag nemen · inslaan · konfiskeren · krabben · merken · nemen · omklemmen · pakken · raken · tasten · teisteren · treffen · vangen · vastgrijpen · vastpakken · vatten · verbeurd verklaren · vernemen · waarnemen · zijn toevlucht nemen
  • grijp
  • zijn greep verslappen
  • vlakbij
  • de wapens opnemen · naar de wapens grijpen
  • Deutsch-Griffen
Hinzufügen

Übersetzungen von „griff“ im Niederländisch im Kontext, Beispielsätzen und Translation Memory