Übersetzung von „getragen“ aus dem Deutsch ins Niederländisch

gedragen, plechtig, verheven sind die besten Übersetzungen von „getragen” aus dem Deutsch ins Niederländisch.

getragen verb Grammatik
+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • gedragen

    verb

    Das Eis ist nicht dick genug, um uns zu tragen.

    Het ijs is niet dik genoeg om ons te dragen.

  • plechtig

    adjective

    Mann und Frau tragen die feierliche Verantwortung, einander zu lieben und zu umsorgen.

    Man en vrouw hebben de plechtige taak om van elkaar te houden en voor elkaar te zorgen.

  • verheven

    adjective

    Die unzusammenhängenden Gedanken eines Schwätzers tragen nicht zu einer anregenden Unterhaltung bei.

    Het onsamenhangende gebazel van een praatziek iemand draagt niet tot een verheffend gesprek bij.

  • versleten

    adjective particle verb

    Sie hatte die alte Regel beherzigt: ,Flicke es, trage es auf, mach es passend oder verzichte darauf.‘

    Ze geloofde in het oude gezegde ‘Eet het, verslijt het, doe het ermee, of doe het zonder.’

  • Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen

Automatische Übersetzungen von " getragen " in Niederländisch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Ausdrücke ähnlich wie "getragen“ mit Übersetzungen in Niederländisch

  • bezorgd zijn · zich bekommeren · zorg dragen · zorgen
  • het risico dragen · risico dragen
  • op de post doen · posten
  • etaleren · tentoonspreiden
  • aanbotsen · aandoen · aandraaien · aangeven · aanhebben · aanreiken · aansteken · aantrekken · afwerpen · baren · beer · brengen · doneren · doorbrengen · dragen · drijven · geduwd worden · geven · hebben · inschakelen · jagen · koesteren · met · opbrengen · opleveren · overdragen · rondlopen · schakelen · schenken · slijtage · te dragen zijn · toebrengen · toekennen · torsen · uitgaan · uitgerust · uitgerust zijn met · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · verdragen · verdrijven · verduren · verlenen · voeren · volhouden · voorhebben · zich stoten · zijn
  • hij draagt de naam van zijn moeder
  • baar · brancard · draagbaar · draagbed · draagstoel
  • vruchtdragend
Hinzufügen

Übersetzungen von „getragen“ im Niederländisch im Kontext, Beispielsätzen und Translation Memory