Übersetzung von „trüben“ aus dem Deutsch ins Niederländisch

dempen, verduisteren, vertroebelen sind die besten Übersetzungen von „trüben” aus dem Deutsch ins Niederländisch.

trüben Verb adjective Grammatik
+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • dempen

    verb
  • verduisteren

    verb

    Wir müssen deshalb unbedingt dafür sorgen, daß uns nichts den Blick für das ewige Leben trübt!

    Hoe belangrijk is het er goed voor te zorgen dat niets ons vooruitzicht op eeuwig leven ooit verduistert!

  • vertroebelen

    verb

    Das könnte uns ablenken oder irritieren und unsere geistige Sicht trüben.

    Dat alles kan ons afleiden, waardoor onze geestelijke kijk vertroebeld wordt.

  • Weniger häufige Übersetzungen

    • versomberen
    • agiteren
    • dooreenhalen
    • opruien
    • opstoken
    • ophitsen
    • opwinden
    • verwarren
    • benevelen
    • betrekken
    • dof worden
    • slechter worden
    • troebel worden
    • verdonkeren
    • verslechteren
    • verstoren
    • verwisselen
    • schudden
    • donker worden
    • van zijn stuk brengen
    • ergeren
    • storen
    • kwaad maken
  • Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen

Automatische Übersetzungen von " trüben " in Niederländisch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Ausdrücke ähnlich wie "trüben“ mit Übersetzungen in Niederländisch

  • sombere vooruitzichten
  • silt
  • verward · warrig
  • bedroefd · bedrukt · betrokken · bewolkt · bot · depressief · dof · donker · droef · droefgeestig · droevig · druilerig · duister · mat · melancholiek · miezerig · mismoedig · mistroostig · moedeloos · naargeestig · neerslachtig · onduidelijk · pijnlijk · rouwig · sip · smartelijk · somber · stomp · teneergelagen · terneergeslagen · treurig · triest · triestig · troebel · troosteloos · vaag · verdacht · verdrietig · vreugdeloos · wazig · weemoedig · zwaarmoedig
  • bedroefd · bedrukt · betrokken · bewolkt · bleek · depressief · droef · droefgeestig · droevig · lusteloos · mismoedig · mistroostig · moedeloos · neerslachtig · pijnlijk · rouwig · schemerig · sip · smartelijk · somber · teneergelagen · terneergeslagen · treurig · triest · triestig · troebel · troebele · verdrietig · wazig
Hinzufügen

Übersetzungen von „trüben“ im Niederländisch im Kontext, Beispielsätzen und Translation Memory