Übersetzung von „tragend“ aus dem Deutsch ins Niederländisch

drachtig, dragend, over sind die besten Übersetzungen von „tragend” aus dem Deutsch ins Niederländisch.

tragend adjective verb Grammatik
+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • drachtig

    adjective

    Sieben bis acht Wochen später verlassen dann die tragenden Weibchen die Gruppe und bauen sich ein Baumlager.

    Zeven à acht weken later verlaten de drachtige vrouwtjes de groep om een boomnest te bouwen.

  • dragend

    adjective

    Das Eis ist nicht dick genug, um uns zu tragen.

    Het ijs is niet dik genoeg om ons te dragen.

  • over

    adjective

    Wir Inselbewohner tragen am wenigsten zu diesen Veränderungen bei, und doch sind wir von dieser Problematik ernsthaft bedroht.

    Wij eilandbewoners leveren de kleinste bijdrage aan de klimaatverandering maar we zijn wel ernstig bezorgd over dit probleem.

  • structureel

    adjective

    Bereits jetzt muss dem aus der Bevölkerungsalterung resultierenden hohen langfristigen Ausgabendruck Rechnung getragen werden

    Nu al moet rekening worden gehouden met de uit de vergrijzing voortvloeiende noodzaak van structureel hoge overheidsuitgaven

  • Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen

Automatische Übersetzungen von " tragend " in Niederländisch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Ausdrücke ähnlich wie "tragend“ mit Übersetzungen in Niederländisch

  • bezorgd zijn · zich bekommeren · zorg dragen · zorgen
  • het risico dragen · risico dragen
  • op de post doen · posten
  • as
  • etaleren · tentoonspreiden
  • aanbotsen · aandoen · aandraaien · aangeven · aanhebben · aanreiken · aansteken · aantrekken · afwerpen · baren · beer · brengen · doneren · doorbrengen · dragen · drijven · geduwd worden · geven · hebben · inschakelen · jagen · koesteren · met · opbrengen · opleveren · overdragen · rondlopen · schakelen · schenken · slijtage · te dragen zijn · toebrengen · toekennen · torsen · uitgaan · uitgerust · uitgerust zijn met · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · verdragen · verdrijven · verduren · verlenen · voeren · volhouden · voorhebben · zich stoten · zijn
  • hij draagt de naam van zijn moeder
  • baar · brancard · draagbaar · draagbed · draagstoel
Hinzufügen

Übersetzungen von „tragend“ im Niederländisch im Kontext, Beispielsätzen und Translation Memory