Übersetzung von „erreicht“ aus dem Deutsch ins Niederländisch

voldaan, bereikt, voldane sind die besten Übersetzungen von „erreicht” aus dem Deutsch ins Niederländisch.

erreicht verb
+ Hinzufügen

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch

  • voldaan

    adjective particle

    Wir müssen gewisse Maßstäbe erreichen und wahren, um an den wichtigen geistigen Ereignissen des Lebens teilhaben zu können.

    We dienen te voldoen aan bepaalde normen om te mogen meedoen aan belangrijke geestelijke gebeurtenissen.

  • bereikt

    particle verb

    Es war dunkel, als ich das Hotel erreichte.

    Het was donker toen ik het hotel bereikte.

  • voldane

    adjective

    Die Kampagne scheint ihr Ziel erreicht zu haben.

    De campagne lijkt aan zijn doelstellingen te hebben voldaan.

  • voltrokken

    particle verb

    Wir können sagen, dass wir jetzt einen Punkt erreicht haben, an dem eine historische Entwicklung möglich ist.

    Wij zijn nu op het punt aangekomen waarop historische gebeurtenissen zich kunnen voltrekken.

  • Algorithmisch generierte Übersetzungen anzeigen

Automatische Übersetzungen von " erreicht " in Niederländisch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Ausdrücke ähnlich wie "erreicht“ mit Übersetzungen in Niederländisch

  • op het hoogtepunt zijn
  • op het hoogtepunt zijn
  • bereiken · prestatie · succes · verrichting · verwerven
  • aankomen · arriveren · behalen · bekomen · belenden · bereik · bereiken · bestrijken · besturen · bewerkstelligen · boeken · brengen · deelachtig worden · doen · doordringen · doordringen tot · doorkomen · geleiden · geraken · grenzen aan · halen · handelen · inhalen · inslaan · klaarspelen · krijgen · leiden · leiden tot · lenen · lukken · missen · ontlenen · raken · realiseren · reiken tot · resulteren · slagen · slagen voor · teisteren · treffen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitlopen op · uitrichten · uitstappen · uitstijgen · uittreden · uitvoeren · verdienen · verkrijgen · verrichten · verwerven · verwezenlijken · voeren · volbrengen · volgen · voortkomen · voortspruiten · voortvloeien · winnen
  • aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbinden · aanhaken · aankaarten · aanklampen · aanlanden · aanpakken · aansnijden · aanspreken · aanvangen · beginnen · beginnen met · enteren · landen · stoten op · toespreken · toetreden · vasthaken · zich stoten aan
Hinzufügen

Übersetzungen von „erreicht“ im Niederländisch im Kontext, Beispielsätzen und Translation Memory